Eigenschappen Fokkers Puppen Training Fotoboek Exposities Home Gastenboek  

Raskenmerken: Draadhaar - Gladhaar | Karakter | Vachtverzorging | Geschiedenis: Draadhaar - Gladhaar

 


 

 
Geschiedenis Draadhaar
 

 

 

Was ruim een halve eeuw geleden de Gladhaar Foxterrier meer bekend, tegenwoordig behoort de draadhaarvariëteit tot de populairste rassen ter wereld. Wanneer de eerste Draadhaar Foxterrier geboren is, weet men niet precies. Men vermoedt dat dit Old Tip is geweest, die omstreeks 1866 is gefokt door een zekere Tom Kendall, Master of Foxhounds in het graafschap Yorkshire. Deze hond wordt dan ook als de stamvader beschouwd van de hedendaagse Draadhaar Fox. Engeland wordt dus beschouwd als de bakermat, maar ook op het vasteland van Europa en in Amerika staat de fokkerij van Draadhaar Foxterriers op hoog peil en zij behoren zeker tot de best gefokte rassen ter wereld.

In 1913 werd in Engeland de Wire Foxterrier Accociation opgericht, die ten doel heeft de belangen van de Draadhaar te behartigen en die tevens de raspunten vaststelde. In Nederland volgde in 1916 de oprichting van de Nederlandse Foxterrier Club die, daar de Gladhaar alleen in beharing van de Draadhaar verschilt, ook deze variëteit behandelt.
De beharing van de Draadhaar moet hard aanvoelen als een kokosmat; in geen geval mag de hond wollig of zacht haar hebben. De harde, stugge haren moeten zo dicht tezamen groeien, dat de huid niet zichtbaar is als men de beharing met de vingers scheidt. Aan de voet van deze harde, stugge haren groeit korter, fijner en zachter haar, het zogenaamde onderhaar. Het haar op de flanken is zachter dan op de rug en de achterbenen. De hardste beharingen hebben de neiging licht gegolfd te zijn, maar gekruld haar is af te keuren. Het haar op de boven- en onderkaak is zachter en moet lang en vol genoeg zijn om er toe bij te dragen de snuit een krachtig aanzien te geven. Het haar op de voorbenen moet evenals dat op de snuit dicht geplant zijn.
De draadhaar wordt van tijd tot tijd geplukt, dat wil zeggen het rijpe bovenhaar wordt verwijderd. Dit kan gedaan worden met de vingers, maar tegenwoordig gebeurt het ook met een trimmes. Het plukken vereist vakkennis, omdat hier nog heel wat bij komt kijken. Ongeveer vier tot zes weken na het plukken behoort de Draadhaar Foxterrier geplozen of nageplukt te worden. Hierbij wordt het doorgegroeide, zachte onderhaar verwijderd, wat het doorkomen en verdiepen van de zwarte en bruin kleuren bevordert. Het toiletteren of opmaken voor de tentoonstelling stelt zijn bijzondere eisen en het zijn vooral de fokkers-exposanten die deze kunst verstaan.

De Foxterrier is een uitmuntende verdelger van ratten en muizen en zijn uitnemende jachtaanleg wordt in veel landen op hoge prijs gesteld. De naam Foxterrier duidt erop dat hij voornamelijk voor de jacht op vossen wordt gebruikt, maar ook bunzings, dassen enz. worden door hem gejaagd. Men kan dus begrijpen dat de Foxterrier een kleine, gedrongen gebouwde hond moet zijn, met groot uithoudingsvermogen. Hij mag niet te groot van stuk zijn, want zijn taak was de Foxhounds te volgen en de weerbare vos uit zijn hol te drijven. Hij moet een krachtig ontwikkelde snuit hebben om zijn prooi te grijpen en bovenal stevige benen en voeten bezitten voor de snelle gang en het graven in de grond. De Fox moet een korte, stevige rug hebben met goede, schuine schouderligging en een stevige, goed gebouwde achterhand, teneinde met één galopsprong een groot stuk terrein te kunnen bestrijken. Zijn bouw lijkt op die van een goed gebouwd jachtpaard.
De Draadhaar Foxterrier bezit evenals de Gladhaar een moedig karakter; hij mag vrolijk en vurig van aard zijn, maar in geen geval vals of zenuwachtig.