Eigenschappen Fokkers Puppen Training Fotoboek Exposities Home Gastenboek  

Fokkers | Introductie | fases bij de fokker | fases bij de eigenaar

 


 

 
Fases bij de fokker
 

 

 

Neonatalefase
De 0 tot 2 weken bij de puppen noemen we de neonatale periode.
In de neonatale periode zijn gelijk een aantal factoren belangrijk voor een goede start bij de puppen.

De puppen kunnen nog niet horen, zien en zich zelf op temperatuur houden. Juist het voelen, ruiken en aanraken is tot op zekere hoogte wel ontwikkeld.

Waar moet men als fokker goed opletten tijdens de neonatale periode:

  • de teef moet op een, voor haar acceptabele, plaats bevallen. Rust, warmte, besloten en niet te veel licht. (warmte kunt u bereiken door een soort hol te maken voor de teef)
  • ga niet met de teef slepen als zij niet op de plek wilt bevallen die u als fokker hebt uitgekozen.
  • zorg ervoor dat er de eerste twee weken niet te veel bezoek komt. Laat alleen de gezinsleden bij het nest. De moederhond wordt anders vaak toch onrustig wat ze kan overbrengen op de pups.
  • Laat geen honden binnen die niet bij de roedel horen.
  • Ga niet na de bevalling de tepels wassen.
  • Milde stress is weer goed voor de ontwikkeling van de pups. Met milde stress wordt bedoeld: de puppen worden opgetild door het gezin, om gewogen te worden. Zorg ervoor dat de pups niet te ver bij de moederhond vandaan gaan. Temperatuur wisseling, eventueel lichtflitsen.
  • De moederhond verzorgt de pups door ze te likken. het likken is noodzakelijk voor urineren en defeceren.
  • Zorg ervoor dat het niet te koud of te warm wordt voor de puppen en dat het nest niet op de toch staat.
  • Zorg ervoor dat de puppen alleen opgetild worden om gewogen te worden, te veel oppakken veroorzaakt weer te veel stress.

Bij de pups zie je de volgende zorgzoekende gedrag.
De pups slapen 70% van de tijd en eten 30% van de tijd. Gelijk bij de geboorte willen de pups drinken. Controleer eerst de tepels bij de moederhond of er wel melk uitkomt. Stimuleer totdat er melk uitkomt. Dit is zeker belangrijk voor een moederhond die nog nooit een nestje heeft gehad. Haar tepels zijn meestal vrij kort en moeten eerst gestimuleerd worden voordat er melk uitkomt. Leg daarna de pup aan.
Daarom is het ook belangrijk niet de tepels te wassen naar de geboorte. De tepels ruiken niet meer naar de moederhond. Een pup gaat op de geur van de moederhond af en zoekt dan de tepels. Als ze gewassen zijn kan de pups die niet meer vinden.
De pups hoor je dan ook piepen en routing rond de moeder: kruipen met de nek gestrekt, zoekend naar warmte en tepel.

<<< terug

Overgansfase
De overgangsperiode duurt van de 2e tot de 3e à 4e week.

Wat kunnen we bij de pups verwachten:

  • de hersenen ontwikkelen zich steeds verder
  • de oren gaan open. Tussen de 12 en 14 dagen zien we een duidelijke reactie op hard geluid
  • de ogen gaan open. Bij 2 weken gaan de open, maar bij 10 dagen zien we een lage reactie op licht en bewegende beelden. Bij 4 weken is de reactie gelijk aan die van volwassenen. Pas bij ongeveer 5 weken kan de pup de moeder en eigenaar vanaf een afstand zien.
  • de tanden komen met de 20ste dag door.
  • met twee weken hebben de voorpoten van de pups een aanrakingsreflex, waardoor de pup kan gaan zitten. Met drie weken zijn ze zover dat ze kunnen gaan staan. Nu begint de coördinatie voor het lopen snel te ontwikkelen.
  • de pups hebben geen hulp meer nodig om te urineren en defeceren. De moederhond zal ook meer het nest gaan verlaten.
  • de pups kunnen hun eigen lichaamstemperatuur beter regelen.

In deze periode zijn de beelden die de pup nu vormt van blijvende invloed op de geest. Het is nu belangrijk de prikkels op te voeren. Welke prikkels zijn belangrijk:

  • de puppen moeten met verschillende mensen in aanraking komen. Denk hierbij ook aan uiterlijk van de mensen.
  • interactie met de omgeving waar de hond later deel van zal uitmaken is heel belangrijk. Denk aan radio, televisie, huishouden etc.
  • de puppen beginnen steeds meer met elkaar te spelen. Tijdens het spel leren ze de sociale reacties die ze later weer kunnen gebruiken als ze groter zijn. Denk aan onderdanig gedrag, dominant gedrag, te hard bijten etc.
  • de moederhond zal minder tijd met de puppen doorbrengen. De moederhond zal de puppen corrigeren als ze te ver gaan. De puppen zullen de mondhoeken gaan likken zodat de moeder voedsel kan gaan opgeven. Het is nu de tijd om de pups te gaan bijvoederen.
  • er kan ook begonnen worden met zindelijkheidsproces. De puppen kunnen zich al over een groter afstand verplaatsen. De werpkist dient nu zo groot te zijn dat de pups een slaapgedeelte hebben en een hoek waar ze zich kunnen ontlasten. Zorg ervoor dat de ondergrond dan ook anders is dan de slaapplaats van de pups. Hou zelf de werpkist zo schoon mogelijk. Controleer regelmatig de werpkist en maar deze schoon.
  • wordt de teef te onrustig door de omgeving, probeer ervoor te zorgen dat er dan minder prikkels komen die de moederhond van streek maak. Of haal soms de moederhond weg en ga dan juist die prikkels toepassen waardoor zij van streek raakt. Dan kunnen de pups er weel aan wensen zonder dat de moederhond bevestigd dat het eng is.

<<< terug

Socialistatiefase
Leeftijd 3 tot 5 weken

Wat gebeurt er met de pups:

  • mogelijkheden voor communicatie is aanwezig
  • onderzoeksgedrag neemt snel toe
  • de angst is nog niet of nauwelijks ontwikkeld
  • de pups gaan onderling spelen, waardoor de leerproces van het roedelgedrag ontstaat
  • de pup krijgt door het spelen met zijn broers en zusters: fysieke kracht, verbetering van de communicatie onderling, experimenteren hoe hard ze bijvoorbeeld kunnen spelen, mentale flexibiliteit, problemen oplossen, actief bezig zijn etc.
  • het contact met de moederhond veranderd. De zorgafhankelijke relatie die de pups met hun moeder hadden wijzigd. De moederhond zal de pups nu af en toe alleen laten, ze zal ze ook gaan corrigeren als ze iets niet wilt, de moederhond zal soms gaan grommen, wegsnauwen, dreigen etc.
  • Er zijn juist nu maximale kansen voor positieve ervaringen die de pup tijdens de rest van zijn leven kan gebruiken.

wat kunnen wij als fokker doen voor een zo goed mogelijke socialisatie

  • laat de pup met zoveel mogelijk verschillende mensen kennis maken
  • laat de pup minimaal 2 x 5 minuten fysiek contact te hebben met verschillende mensen.
  • de puppen moet steeds meer kennismaken met de geluiden van het huishouden.
  • laat de pups ook eens in een andere omgeving rondlopen (in huis).
  • als de moederhond de pups corrigeert, haal dan niet de moederhond weg.
  • hou wel de moederhond in de gaten dat het niet te extreem wordt.
  • begin ook al met de puppen te spenen. Begin met wat puppen melk en ga dan heel langzaam ook wat geweekte puppenvoer geven. Geef niet gelijk heel veel maar bouw het rustig op.
  • laat de puppen onderling lekker spelen.
  • hou als fokker eens een lijstje bij wat voor gedrag de pups vertonen. Zodat er later gekeken kan worden welke pup nu steeds won of juist zielig in een hoekje ging zitten.
  • zorg ervoor dat de puppen nu op het einde van de 5 weken ook eens een andere hond heeft gezien, dan alleen maar zijn soortgenoten.
  • de fokker kan al beginnen met de zindelijkheidstraining.
    zorg ervoor dat de puppen genoeg ruimte hebben om ongestoord te kunnen spelen zonder dat ze in hun behoefte rollen.
  • zorg voor verschillende ondergrond in het nest, bijvoorbeeld een vetbet voor het slaap en spel gedeelte en kranten voor de behoefte.
  • als de pups in huis rondlopen leg dan ook duidelijk wat kranten neer.
  • Gun ook de puppen hun rust. Te weinig socialiseren is niet goed maar te veel is ook niet goed.

Leeftijd 5 tot 8 weken:

wat gebeurt er met de pups

  • het onderzoeksgedrag is nog steeds aanwezig, maar de angst is al wel aanwezig.
  • de pups gaan steeds verder het nest verlaten.
  • de moederhond laat de puppen steeds meer aan zichzelf over.
  • het spelen wordt steeds fanatieker.
  • het plaatsen van een pup op de leeftijd minder dan 7 weken is onverantwoord. De beste periode is na 7 weken.
  • hou er rekening mee dat de angst periode er langzamerhand begint te komen. De angst neemt steeds iets toe.

wat kunnen wij als fokker doen voor een zo goed mogelijke socialisatie

  • laat de pup met zoveel mogelijk verschillende mensen kennis maken
  • laat de pup minimaal 2 x 5 minuten fysiek contact te hebben met verschillende mensen.
  • de puppen moet steeds meer kennismaken met de geluiden van het huishouden.
  • neem de pup eens op de arm mee naar buiten.
  • laat de pups ook eens in een andere omgeving rondlopen (buiten).
  • laat de puppen alvast wennen aan een halsbandje.
  • ga verder met de zindelijkheidstraining, als de pup iets buiten doet beloon dat met iets lekkers .
  • ga met de pup eens in een andere omgeving wandelen, denk hierbij aan bos, hei etc. Kijk wel uit voor uitlaat plaatsen. Juist dat moet je vermijden.
  • adviseer de mensen zo snel mogelijk op een goede babycursus te gaan.
  • als de nieuwe eigenaren de puppen komen halen zorg ervoor dat alles al klaar staat. Laat ze 's ochtends komen zodat de pup de tijd heeft om aan zijn nieuwe omgeving te wennen, voordat het nacht wordt.
  • laat de nieuwe eigenaren ook langskomen, zij kunnen ook helpen om met de pup naar buiten te gaan. De eigenaren kunnen aan de pup wennen en de pup aan hun en gelijk wat socialisatie erbij.
  • Gun ook de puppen hun rust. Te weinig socialiseren is niet goed maar te veel is ook niet goed.

<<< terug